Organisatie van het Hof

ORGANISATIE VAN DE GERECHTELIJKE OPDRACHT

Opdracht van het Hof

Het Hof van Cassatie is belast met de controle op en de coördinatie van de toepassing van het recht. Indien gevat door een cassatieberoep, oordeelt het Hof over de wettelijkheid van de rechterlijke beslissing, maar niet over de feiten.

Een cassatieberoep is een bijzondere rechtspleging, die het Hof van Cassatie enkel toestaat na te gaan of een “in laatste aanleg gewezen” vonnis of arrest (dit is na het instellen van de gewone rechtsmiddelen die bestaan in het hoger beroep en het verzet), de wet schendt of een rechtsregel miskent (artikelen 608 en 612 van het Gerechtelijk wetboek, artikel 407 en volgende van het Wetboek van Strafvordering).

In voorkomend geval vernietigt het Hof van Cassatie de bestreden beslissing en verwijst het de zaak naar een ander hof dat of een andere rechtbank die bevoegd is om opnieuw over de rechtszaak te oordelen (“verwijzing na cassatie”).

Met andere woorden, terwijl de vonnisgerechten (allen, uitgezonderd het Hof van Cassatie) tot taak hebben de rechtsregel toe te passen op de feiten die de partijen hen voorleggen, beoordeelt het Hof van Cassatie de in laatste aanleg gewezen beslissing. Is zij regelmatig gemotiveerd? Is zij niet strijdig met de wet? Maakt zij geen onjuiste toepassing van de rechtsregel of geeft ze er geen onjuiste interpretatie aan? Heeft zij de draagwijdte van een akte die aan de rechter werd voorgelegd, niet miskend? Door toezicht te houden op de correcte toepassing van het recht door de feitenrechters, waakt het Hof van Cassatie over de bescherming van de individuele rechten.

Het Hof van Cassatie is dus geen derde aanleg, het oordeelt met andere woorden niet voor een derde keer over het geschil.

Het Hof van Cassatie bestaat uit drie kamers:

  • De eerste kamer houdt rechtszitting op donderdag en vrijdag. Zij behandelt in beginsel alle civiele zaken, zaken van economisch en handelsrecht, fiscale zaken, administratieve zaken en tuchtzaken.

  • De tweede kamer houdt rechtszitting op dinsdag en woensdag. Zij behandelt in beginsel de strafzaken./p>

  • De derde kamer houdt rechtszitting op maandag. Zij behandelt in beginsel de sociale zaken die niet tot het strafrecht behoren.

Alle kamers hebben een Nederlandstalige en een Franstalige afdeling.

Een kamer is in de regel samengesteld uit vijf leden. Voor zaken waarvan de oplossing voor het Hof en het parket als vanzelfsprekend lijkt zonder opzoekingen en specifiek debat, worden drie leden geacht te volstaan om tot een oordeel te komen.

Een voltallige kamer is samengesteld uit negen leden. Dergelijke zetelen in meer principiële zaken waarin het voor de eenheid van de rechtspraak belangrijk is dat de twee afdelingen van een kamer samen beslissen.

Wanneer het Hof zetelt in verenigde kamers, is het in beginsel samengesteld uit alle leden van het Hof. Het getal moet echter oneven zijn. Het minimum aantal is elf.

OOpdracht van het parket

Het parket wordt gehoord in alle zaken die het Hof behandelt. Het verzekert onder de leiding van de procureur-generaal de publicatie van de arresten en conclusies in Pasicrisie, les Arresten et sur Juportal. De procureur-generaal stelt elk jaar een wetgevend verslag op gericht aan het parlementair Comité belast met de wetsevaluatie, opgericht door de wet van 25 april 2007. Dit verslag bevat een overzicht van de wetten die voor de hoven en rechtbanken tijdens het voorbije gerechtelijk jaar moeilijkheden bij de toepassing of de interpretatie ervan hebben opgeleverd.

ORGANISATIE VAN HET BEHEER VAN DE GERECHTELIJKE ENTITEIT

De gerechtelijke entiteit

De wet van 18 februari 2014 betreffende de invoering van een verzelfstandigd beheer voor de rechterlijke organisatie, heeft een aantal bepalingen ingevoerd in het Gerechtelijk Wetboek die ook gericht zijn op een nieuwe organisatie van het Hof als “gerechtelijke entiteit”. Deze bepalingen, opgenomen in het Tweede deel (“Rechterlijke organisatie”), Boek I (“Organen van de rechterlijke macht”), Titel IV (“Beheer van de rechterlijke organisatie”) van het Gerechtelijk Wetboek, voorzien in een wijze van beheer van de eigen werkingsmiddelen die ter beschikking worden gesteld van de hoven en rechtbanken en de parketten. Het is gebaseerd op het concept van “gerechtelijke entiteit”, beheerd door een directiecomité dat wordt voorgezeten door de korpschef en wordt uitgewerkt aan de hand van een beheersovereenkomst gesloten met de minister van justitie inzake de door de entiteiten te bereiken doelen en de hen met het oog daarop toegekende middelen.

Onder “Gerechtelijke entiteiten” wordt volgens artikel 180 van het Gerechtelijk Wetboek verstaan:

  • 1° de hoven van beroep, de arbeidshoven, de rechtbanken en de vredegerechten wat de zetel betreft;

  • 2° de parketten-generaal, de parketten van de procureur des Konings, de arbeidsauditoraten, het federaal parket en het parket voor de verkeersveiligheid wat het openbaar ministerie betreft..

Het Hof van Cassatie en het parket bij dit Hof vormen overeenkomstig deze bepaling samen een afzonderlijke gerechtelijke entiteit..

Directiecomiteit

Net zoals elk hof, rechtbank en parket, heeft ook het Hof van Cassatie een directiecomité. Het directiecomité wordt samengesteld uit de eerste voorzitter, de voorzitter, de procureur-generaal, de eerste advocaat-generaal, de hoofdgriffier en hoofdsecretaris. Gezien de verwevenheid tussen de zetel en het parket wordt het directiecomité voorgezeten door de twee korpschef en staat het hen bij in de algemene leiding, de organisatie en het beheer van de gerechtelijke entiteit. Het directiecomité beslist bij consensus. Bij gebrek aan consensus binnen het directiecomité beslissen de beide korpschefs in overleg (Art. 185/2, Gerechtelijk Wetboek).

Het directiecomité wordt bijgestaan door een steundienst als bedoeld in artikel 158 van het Gerechtelijk Wetboek. Deze steundienst staat onder het gezamenlijk gezag en toezicht van korpschefs (art.185/2, Gerechtelijk Wetboek).

Beheersovereenkomst

Het directiecomité van de gerechtelijke entiteit sluit een beheersovereenkomst af met de ministerie van justitie voor een periode van drie jaar. De overeenkomst omvat de omschrijving van de voorgenomen activiteiten van de gerechtelijke entiteit voor de duur van de overeenkomst en de middelen vereist voor haar werking. Het Hof van Cassatie wordt voor deze aangelegenheid vertegenwoordigd door de eerste voorzitter en de procureur-generaal. (art. 184/4, § 4, Gerechtelijk Wetboek).

Het Hof van Cassatie ontvangt zijn werkingsenveloppe rechtstreeks van de minister van Justitie. Een wet bepaalt de nadere regels voor de financiering van de gerechtelijke entiteiten en de wijze waarop deze geldelijke middelen worden beheerd door het directiecomité van het Hof van Cassatie. (art. 185/8, Gerechtelijk Wetboek).

Dit beheersmodel wordt momenteel geïmplementeerd. In juni 2021 hebben de korpschefs van het Hof met de minister van justitie een « actieplan 2021-2022 » ondertekend.

Werkingsverslag

De algemene vergadering van het Hof van Cassatie stelt jaarlijks een werkingsverslag op en publiceert dit. In dit verslag wordt de voortgang van de hangende zaken beschreven. Het onderzoekt elk kalenderjaar de voortgang van lopende zaken en rapporteert aan de minister van Justitie en aan het parlement aan het begin van het volgende kalenderjaar. Dit rapport, rijk aan informatie, studies en statistische gegevens, kan worden geraadpleegd op de website van het Hof.